Gemeente Overijse

Geurhinder

Geurhinder treedt op als mensen een geur, die ze in hun leefomgeving waarnemen, als onaangenaam en/of schadelijk voor hun welzijn beoordelen. Als gevolg hiervan zal de persoon die zich gehinderd voelt, zijn gedrag wijzigen, hetzij door klacht in te dienen, ramen te sluiten, minder tijd door te brengen in de tuin, enz. Ruim 15 % van de bevolking in Vlaanderen is op één op andere manier gehinderd door geurtjes afkomstig van allerlei activiteiten. De mate van de hinder wordt meestal bepaald door eventuele piekconcentraties waar men aan blootgesteld worden.

In onze gemeente zijn de meeste meldingen over geurhinder gerelateerd aan illegaal verbranden van (tuin)afval.

 

Afval verbranden is schadelijk

 

Afval verbranden in de tuin of in je kachel is veel schadelijker dan we denken. Maar liefst 53 % van de dioxine-uitstoot wordt veroorzaakt door vuurtjes in de tuin. Overheid en industrie tonen dat het anders kan. Slechts 0,2 % van de totale dioxine-uitstoot wordt nog veroorzaakt door huisvuilverbrandingsinstallaties. Ook industriële dioxinebronnen zijn aan strikte normen onderworpen. Maar terwijl het aandeel van de industriële bronnen afneemt, blijft het relatieve aandeel van de dioxine-uitstoot door de bevolking toenemen.

Er is een zeer hoge dioxine-uitstoot bij het verbranden van allerhande hout- en plasticafval (waaronder pvc-flessen). Maar ook de verbranding van "onschuldig" tuinafval, zoals snoeihout en bladeren, zorgt voor aanzienlijke concentraties dioxines, stof en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's), zelfs bij de verbranding in een gesloten kachel. Vele burgers kopen een kachel met te grote capaciteit, wat vaak leidt tot een onvolledige verbranding. Hierbij komen schadelijke gassen en roet vrij, ook in een woning. Een toestel met de juiste capaciteit en een correcte manier van stoken is dan ook van enorm belang.

Deze schadelijke stoffen hebben uiteraard gevolgen voor onze gezondheid. Vooral dioxines, PAK's en fijn stof vormen een gevaar. We ademen ze in of ze komen via de bodem in ons voedsel en vervolgens in ons lichaam terecht. Ze veroorzaken problemen van tijdelijke hinder, irritatie van neus, keel en ogen, hoofdpijn, misselijkheid, vermoeidheid, tot luchtwegproblemen zoals astma en zelfs aangeboren afwijkingen, hartproblemen of kanker.

 

Denk aan de buren

 

Ook de buren lopen alle risico's die gepaard gaan met het stoken van afval en ondervinden hiervan heel wat hinder. Niet enkel de vuurtjes buiten verspreiden smerige, stinkende lucht, die allesbehalve aangenaam is voor omwonenden en voorbijgangers. Ook gaan planten in de omgeving kapot aan de walm van een vuurtje en het is erg onfris voor het wasgoed.

 

Vuurtje stoken: het is en blijft verboden

 

Er zijn verschillende reglementeringen die het stoken en verbranden van afval regelen: afvalstoffendecreet, milieuvergunningsdecreet, VLAREM I, VLAREM II, strafwetboek, veldwetboek en bosdecreet. Daarnaast kunnen gemeenten op lokaal niveau nog strengere regels opleggen via gemeentelijke politieverordeningen of de gemeentelijke bouwverordening.

Hoewel het woord "allesbrander" misschien anders doet vermoeden, mogen in dergelijke installaties enkel die zaken worden verbrand waarvoor in de wetgeving toestemming wordt gegeven, met name brandstoffen en onbehandeld, gedroogd hout.

Het verbranden van afvalstoffen is volgens de indelingslijst van Vlarem I echter een hinderlijke activiteit waarvoor er een milieuvergunning moet worden aangevraagd. De enige uitzondering hierop wordt bepaald in artikel 4.4.1.1. van Vlarem II. Dit artikel vermeldt dat, onverminderd de toepassing van het veldwetboek en het bosdecreet de vernietiging door verbranding in open lucht van welke afvalstoffen ook, verboden is tenzij wanneer het gaat om plantaardige afvalstoffen afkomstig van:

  • het onderhoud van tuinen;
  • de ontbossing of ontginning van terreinen;
  • eigen bedrijfslandbouwkundige werkzaamheden.

 

De verbranding van deze plantaardige afvalstoffen is enkel toegelaten wanneer de bepalingen van het veldwetboek en boswetboek worden gerespecteerd. Hierin staan o.a. minimumafstanden ten opzichte van gebouwen en bossen. De plantaardige afvalstoffen van tuinen mogen enkel verbrand worden op meer dan 100 meter afstand van bebouwing, boomgaarden, bossen, hagen,... Dit betekent in de praktijk ook dat in de meeste woonzones afval verbranden helemaal niet is toegelaten.

Het is bovendien verboden om het afval te transporteren naar een plaats (bijvoorbeeld veld) waar men de afstandsregels wél kan respecteren. Volgens de wetgeving moet elke opslagplaats van afvalstoffen die niet verbonden is aan de productieplaats van die afvalstoffen, beschikken over een geldige milieuvergunning voor de opslag van afvalstoffen.

 

Wat met kampvuren en kerstboomverbrandingen?

 

In principe is ook dit verboden. Het maken van een kampvuur in het kader van zogenaamde socio-culturele activiteiten is één van de mogelijke uitzonderingen. De impact van het verbranden van hout in kampvuren is over het algemeen vrij beperkt, zowel in omvang als in aantal en tijd. Dit gaat natuurlijk enkel op in zoverre enkel droog, onbehandeld hout wordt verbrand. Bij windstil of mistig weer wordt best geen kampvuur aangestoken, aangezien de rookgassen in die omstandigheden blijven hangen. Voor kerstboomverbrandingen geldt dezelfde redenering. Elk van beide verbrandingen dient vooraf aangevraagd te worden bij de gemeente.

 

Hoe optreden tegen buren die illegaal stoken?

 

Probeer in de eerste plaats te overleggen met de veroorzaker. Het is mogelijk dat deze zich niet bewust is van de overlast die hij/zij veroorzaakt. Als het overleg te weinig resultaat heeft, kan je aan derden vragen om te bemiddelen. Dit kunnen mensen zijn zoals een gezamenlijke kennis, de wijkagent of de milieuambtenaar, maar er bestaan ook professionele bemiddelaars. Als voorgaande stappen weinig succes kennen, dan kan je met je klacht terecht bij de lokale politie. Pas wanneer er effectief klacht wordt ingediend, kan er worden opgetreden.

Contact