Gemeente Overijse

Aangifte doodgeboren kind

Wat?

Wanneer ouders geconfronteerd worden met de geboorte van een levenloos kind, dan is recentelijk ook bij de wetgever het besef gegroeid om een rol te spelen in het rouwproces. De aangifte van een levenloos kind en de mogelijkheid tot het bieden van een voornaam aan hun doodgeboren kind kan bijdrage tot de verwerking van het trauma.

De aangifte van een doodgeboren kind is verplicht wanneer de zwangerschap reeds 180 dagen of 26 weken telde. Het is de dokter die oordeelt of het kind reeds 26 weken oud is. Er wordt een speciale akte opgesteld in het bevallingskwartier.

Een doodgeboren kind krijgt één of meerdere voornamen.

Indien de foetus levenloos ter wereld komt na een zwangerschap van minder dan 180 dagen of 26 weken, is de aangifte niet verplicht. Het kind krijgt dan ook geen naam of voornaam toegekend.

Levenloos geboren kinderen kunnen, vanaf een zwangerschapsduur van minstens 12 volle weken, op verzoek van de ouders begraven of gecremeerd worden. Het is niet verboden om levenloos geboren kinderen na een zwangerschapsduur van minder dan 12 volle weken te begraven of te cremeren.

Indien een levend en levensvatbaar geboren kind nadien sterft, dient er een aangifte van overlijden te gebeuren, zelfs als dit gebeurt vóór het opmaken van de geboorteakte. Eenmaal een kind levend geboren wordt, bestaat de verplichting tot begraving of crematie wanneer dit kind sterft, ook als het kort na de geboorte is.

Terug naar boven

Voorwaarden

De aangifte vindt plaats in de gemeente waar het kind geboren is (niet in de gemeente van woonplaats van de ouders).

Aangifte is verplicht na zwangerschap van 180 dagen (26 weken) of meer.

Terug naar boven

Procedure

  • De aangifte moet gebeuren binnen de 15 dagen na de geboorte. Is de laatste dag van die termijn een zaterdag, zondag of een wettelijke feestdag dan wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag.

De vader kan enkel aangifte doen van zijn kind, wanneer hij gehuwd is met de moeder of wanneer beide ouders het kind hebben erkend vóór de geboorte. Indien de ouders van het kind niet gehuwd zijn of indien er geen erkenning gebeurd is vóór de geboorte, kan enkel de moeder de aangifte doen.

Na afgifte van de vereiste documenten wordt de geboorteakte opgemaakt. De volgende documenten worden meegegeven aan de aangever:

  • Attest bestemd om kraamgeld en kinderbijslag aan te vragen
  • Attest voor de mutualiteit
  • Twee afschriften van de akte van aangifte van een levenloos kind

Terug naar boven

Wat meebrengen?

Indien levend geboren:

  • Attest van geboorte uitgereikt door de geneesheer (model I)

Indien levenloos geboren:

  • Attest van aangifte van een levenloos kind door de geneesheer (model III)

Bijkomende documenten:

  • Kennisgeving van (dood)geboorte: ingevuld door de vroedvrouw
  • Indien van toepassing: trouwboekje
  • Identiteitskaart van de vader
  • Identiteitskaart van de moeder
  • Indien van toepassing: bewijs van erkenning voor de geboorte

Terug naar boven

Uitzonderingen

Een kind wordt geboren op 24 weken en heeft 1 dag geleefd. De dokter oordeelt of het kind leefde bij geboorte (ook al was dit heel kort). Er moet een geboorteaangifte (dit gebeurt vaak met een volmacht) én een overlijdensaangifte gebeuren. Er is recht op kraamgeld en bevallingsverlof. Het kind wordt ook vermeld in het trouwboekje.

Terug naar boven

Regelgeving

Wet van 27 april 1999 - Omzendbrief van 10 juni 1999 betreffende de invoering van een nieuw artikel 80 bis van het Burgerlijk Wetboek (B.S. 24 juni 1999) aangaande de akte van aangifte van een levenloos kind – inwerkingtreding 4 juli 1999.(B.S. 1 juli 1999)
Wet van 30 april 1984 – artikel 56 (§1 en 2)

Terug naar boven

Contact