Gemeente Overijse

Belasting op honden

Regelgeving

Belastbaar feit

Artikel 1- Er wordt voor de aanslagjaren 2014 tot en met 2019 een directe en jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de honden. Zijn belastbaar de honden op 1 januari van het belastingjaar gehouden door:

  • hetzij een natuurlijk persoon ingeschreven in de bevolkingsregisters of vreemdelingenregister en werkelijk verblijvend in de gemeente op voormelde datum;
  • hetzij een natuurlijk persoon geteld als hebbende een tweede verblijf op voormelde datum, voor zover hij niet onderworpen is aan de betaling van een belasting met hetzelfde voorwerp gevestigd door de gemeente in wier bevolkingsregisters of vreemdelingenregisters hij is ingeschreven;
  • hetzij een rechtspersoon met maatschappelijke zetel in de gemeente op voormelde datum.

De belasting is ondeelbaar, elk begonnen jaar is volledig verschuldigd.

Belastingplichtige

Art. 2- De belasting is verschuldigd door de eigenaar.

Tarief

Art. 3- De belasting wordt vastgesteld op 7,40 EUR per hond, zonder onderscheid van ras.
Art. 4- De handelaars en kwekers zijn aan een forfaitaire belasting van 14,90 EUR per jaar onderworpen.

Vrijstellingen

Art. 5- Zijn van de belasting vrijgesteld:

  1. de mindervaliden die een onbekwaamheid van 66 % bewijzen;
  2. de vzw's die achtergelaten honden opvangen;
  3. de personen, waarvan het wettelijk gewaarborgd minimum hun enig inkomen vertegenwoordigt;
  4. de openbare diensten, in het kader van hun veiligheids- of politieprestaties;
  5. de honden van blinden.

De vrijstellingen worden door het college van burgemeester en schepenen verleend.

Wijze van inning

Art. 6- De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

Betaaltermijn

Art. 7- De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

Bezwaarprocedure

Art. 8- De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaarschrift moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend, en worden gemotiveerd.
De indiening kan gebeuren door verzending of door overhandiging.
De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen vijftien dagen na de indiening ervan.

Verwijzing naar het W.I.B.

Art. 9- Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, zijn de bepalingen van titel VII (Vestiging en invordering van de belastingen), hoofdstukken 1 (algemene bepalingen), 3 (onderzoek en controle), 4 (bewijsmiddelen van de administratie), 6 tot en met 9bis (aanslagtermijn, rechtsmiddelen, invordering van de belasting waaronder de nalatigheids- en moratoriumintresten; rechten en voorrechten van de schatkist) van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek (betreft onder meer de verjaring en de vervolgingen) van toepassing voor zover zij met name niet de belastingen op de inkomsten betreffen.

Bestuurlijk toezicht

Art. 10- Onderhavige verordening wordt toegezonden aan de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant.

 

 

Terug naar boven

Contact