Gemeente Overijse

Belasting op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken met handelskarakter

Regelgeving

Belastbaar feit

Artikel 1- Er wordt voor de aanslagjaren 2014 tot en met 2019 een jaarlijkse indirecte gemeentebelasting geheven op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken met handelskarakter.

Belastingplichtige

Art. 2- De belasting is verschuldigd door de uitgever. De drukker en de verdeler zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

Tarief

Art. 3- De belasting wordt vastgesteld als volgt:

  • eerste verspreiding – kleiner of gelijk aan 10 gram: gratis;
  • tweede verspreiding – kleiner of gelijk aan 10 gram: gratis;
  • derde verspreiding – kleiner of gelijk aan 10 gram en volgende: 0,03 EUR per exemplaar;
  • eerste verspreiding en volgende – groter dan 10 gram: 0,03 EUR per exemplaar.

Vrijstellingen

Art. 4- §1. Vrijstelling van de belasting wordt voorzien voor twee bedelingen met een gewicht kleiner of gelijk aan 10 gram per bedeeld exemplaar, per jaar eindigend op 31 december.
§2. Van de belasting zijn vrijgesteld de publiekrechterlijke rechtspersonen, de door het gemeentebestuur erkende adviesraden en de daarbij aangesloten verenigingen, de vormings- en onderwijsinstellingen, de politieke partijen alsmede, doch uitsluitend voor de publicaties die op de betrokken verkiezing betrekking hebben, de kandidaten bij de gemeentelijke, provinciale, gewestelijke, federale of Europese verkiezingen.

Wijze van inning

Art. 5- De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

Aangifteplicht

Art. 6- De belastingplichtige is gehouden minstens 1 dag voorafgaandelijk aan de bedeling aangifte te doen bij het gemeentebestuur. De aangifte bevat alle noodzakelijke gegevens voor het vestigen van de aanslag. Voor de periodieke verspreiding kan de aangifte gedaan worden voor het ganse aanslagjaar.

Procedure van ambtshalve vastlegging

Art. 7- Bij gebreke van een aangifte binnen de in artikel 6 vastgestelde termijn of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de derde werkdag die volgt op de verzending van die betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

Betaaltermijn

Art. 8- De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

Bezwaarprocedure

Art. 9- De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaarschrift moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend, en worden gemotiveerd.
De indiening kan gebeuren door verzending of door overhandiging.
De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven, binnen vijftien dagen na de indiening ervan.

Verwijzing naar het W.I.B.

Art. 10- Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, zijn de bepalingen van titel VII (Vestiging en invordering van de belastingen), hoofdstukken 1 (algemene bepalingen), 3 (onderzoek en controle), 4 (bewijsmiddelen van de administratie), 6 tot en met 9bis (aanslagtermijn, rechtsmiddelen, invordering van de belasting waaronder de nalatigheids- en moratoriumintresten; rechten en voorrechten van de schatkist) van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek (betreft onder meer de verjaring en de vervolgingen) van toepassing voor zover zij met name niet de belastingen op de inkomsten betreffen.

Bestuurlijk toezicht

Art. 11- Onderhavige verordening wordt toegezonden aan de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant.

Terug naar boven

Contact