Beeldkwaliteitsplan Horizon+

De gemeenteraad keurde op 23 januari 2024 het beeldkwaliteitsplan ‘Horizon+’ principieel goed. 

Waarom een beeldkwaliteitsplan? 

Het Beeldkwaliteitsplan (BKP) heeft als doel dat beleid zichtbaar te maken en ruimtelijke kwaliteiten te identificeren die niet enkel met beleidsinstrumenten vast te nemen zijn. Het bestaat uit een samenhangend pakket van aanbevelingen en/of richtlijnen voor het versterken van de ruimtelijke kwaliteit als complement aan en ter ondersteuning van het vergunningenbeleid en als gids bij de kwaliteitsbewaking en opvolging van uitvoeringsprojecten. In die zin is het geen klassiek beeldkwaliteitsplan dat enkel gaat over beeldkwaliteit, maar stippelt het ruimtelijk beleid uit.  

Dit beeldkwaliteitsplan is geen eindpunt. Het is maar een begin van een gebiedstransformatie en een nieuw doortastend ruimtelijk beleid. Het vraagt een continue opvolging en kwaliteitsbewaking in het vergunningenbeleid. Het beeldkwaliteitsplan is dus in de eerste plaats een visie die grondig afgetoetst is aan de context, de lopende projecten en de verwachtingen van verschillende gemeentebesturen. Het is ook deels een regelgevend kader waarbinnen een aantal mogelijkheden bestaan om met concrete projecten, architectuur en inrichtingsvoorstellen via beleidsmatig gewenste ontwikkeling een eigen accent te leggen. Voor private kavels biedt het beeldkwaliteitsplan een kader om boomdekking op peil te houden en de verhardingsgraad niet te verhogen, terwijl voor publieke ruimtevoorstellen de gemeentes zelf het voortouw kunnen nemen. 

 

Een beeldkwaliteitsplan met vijf weefsels 

Woonparken 2.0 

Woonparken zijn bosrijke woonwijken die we vaak terugvinden rondom het Zoniënwoud. Kenmerkend zijn hun hoge boomdekking en groene karakter. Veel van de wijken zijn DNA-bepalend voor de beeldkwaliteit van de wooncontexten rondom het woud. Ze bestaan typisch uit grotere kavels met eengezinswoningen en villa’s. In het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan (PRUP) ‘Afbakening woonkernen Horizon+’ worden de te weerhouden woonparken als 'groene woonwijken' benoemd. 
 

Voor dit onderdeel zal het beeldkwaliteitsplan focussen op de private kavels. Er wordt een sluitend kader uitgewerkt om verdichting te kanaliseren, ontbossing tegen te gaan en de verhardingsgraden te beperken. Het bomenbeleidsplan ‘Horizon+’ gaat aan de slag met de publieke ruimte. 

 

Steenwegen 

Het diverse landschap rond het Zoniënwoud wordt doorkruist door steenwegen. Het gaat om historische lineaire structuren die doorheen de tijd meer en meer verstedelijkten. We vinden er handelszaken, grootwarenhuizen, industrie, eengezinswoningen, meergezinswonigen en af en toe landschappelijke fragmenten terug. 

Door middel van ontwerpend onderzoek worden strategieën geformuleerd om ongewenste verdichting tegen te gaan en de buitenruimte rondom steenweg-ontwikkelingen efficiënter in te zetten en zo te kunnen ontharden. 
 

 

Linten 

Lintbebouwing is een fenomeen dat we ook terugvinden rond het Zoniënwoud. Doorheen de jaren kwamen er woningen bij langsheen de lokale verbindingswegen die het agrarische gebied doorkruisten. Veel van die woningen bevinden zich op een diep perceel met hier en daar nog serres. Het resultaat is kilometerslange lintbebouwing. 

 
Een aantal cases worden bekeken waar op basis van observaties en recente bouwaanvragen ontwerpend onderzoek wordt ingezet. Beeldkwaliteitsprincipes worden geformuleerd om zichten te vrijwaren, te ontharden en de verdichting te beperken, die als kader kunnen dienen bij toekomstige ontwerpgesprekken en vergunningsaanvragen. 

 

Centra 

De dorpscentra zijn compacte, historische kernen met een hoge beeldkwaliteit. Ze zijn in bijna alle gevallen gelegen in een beekvallei. Dat maakt de meeste centra watergevoelig. De bebouwde structuur bestaat uit aaneengesloten bebouwing, meergezinswoningen, handelszaken, historische gebouwen,... 
 

Er wordt op zoek gegaan hoe verdichting kan ingezet worden om andere meerwaarden zoals ontharding of duurzame mobiliteitsoplossingen te bekomen.  

 

Woonwijken 

Vanaf de jaren ‘70 werd het landschap rond het Zoniënwoud sterk verkaveld. In elke gemeente vinden we monofunctionele woonwijken terug. Ze bestaan uit eengezinswoningen die telkens op dezelfde wijze zijn ingeplant met een beperkt aanbod publieke ruimte en een overaanbod aan autogerichte straten. 

Er wordt ingezet op ontharding van de overgedimensioneerde publieke ruimte als onderdeel van de klimaatstrategieën voor het gebied. 

Onderzoek aan de hand van kaarten 

Groenblauwe verbindingskaart 
Binnen het beeldkwaliteitsplan werd cartografisch onderzoek gedaan. De groenblauwe verbindingskaarten brengen de belangrijkste ecologische en landschappelijke verbindingen in kaart, samen met zoekzones voor bosuitbreiding. We baseerden ons daarvoor op bestaande visiedocumenten, zoals het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan, de verbindingskaarten van de Brabantse Wouden, de strategische visie of Bouwmeesterscans, als die voorhanden waren. Deze verbindingen werden telkens met de gemeentes afgestemd. Voor de ecologische verbindingen maakten we een onderscheid tussen primaire en secundaire verbindingen. De primaire ecologische verbindingen zijn meestal: 

  • beekvalleien; 
  • grotere (soms artificiële) groenstructuren zoals snelwegen of treinsporen; 
  • belangrijke verbindingen tussen twee hoogwaardige ecologische fragmenten, zoals bossen. 

De zoekzones voor bosuitbreiding zijn gebaseerd op de zoekzones voor bosuitbreiding van de Brabantse Wouden en verder afgestemd met de gemeentes. 

Deze kaarten kunnen niet los worden gezien van het bomenbeleidsplan of het PRUP. De kaarten ontstonden immers door de wisselwerking tussen die verschillende plannen. Het is een up-to-date gebiedsdekkend overzicht van de HORIZON+ doelstellingen per gemeente. 

Blauwe netwerkkaart 
Naast de groenblauwe verbindingskaarten, werden ook blauwe netwerkkaarten opgesteld. De regio kreeg immers de laatste tijd wel vaker te maken met wateroverlast. De blauwe netwerkkaarten tonen de lokale topografie en de watergevoelige zones, gebaseerd op de impactkaarten van de Vlaamse Milieu Maatschappij (VMM). De blauwe overdruk toont de waterdiepte bij wateroverlast door regen bij het hoog impact klimaatscenario. Sommige zones kunnen daardoor wel tot twee meter hoog onder water te komen staan. Op de kaart duidden we ‘kritieke punten’ aan. Dat zijn punten waar wateroverlast wordt geprojecteerd binnen de bebouwde context. Die kritieke punten werden ook afgestemd met het hemelwaterplan, dat parallel in opmaak was tijdens het opstellen van dit beeldkwaliteitsplan. 

Op de kaart vinden we ook ‘watervoerende straten’ terug. Dat zijn straten die loodrecht op de hoogtelijnen liggen en in een dal zijn gelegen. Bij hevige regenval zullen deze straten vectors van regenwater worden. Voorbeelden ervan zijn de Veeweidestraat in Tervuren, die historisch gezien als een lintbebouwing is ontstaan, of de Marnixlaan in Overijse, een stuk verkaveling uit de jaren ‘70, waarvan het stratenpatroon deels 
gebaseerd is op de lokale topografie. Dat soort straten verzamelen het regenwater en dus is het er zaak om er voldoende ruimte te voorzien om regenwater bij te houden en trager te laten afvoeren. 

 
 

Strategisch project Horizon+ 

Het strategisch project Horizon+ is een samenwerkingsverband met volgende kernpartners: de gemeenten Tervuren, Overijse, Hoeilaart en Sint-Genesius-Rode, de provincie Vlaams-Brabant en de Vlaamse overheid. Het project is ontstaan doordat er zich nieuwe ruimtelijke vraagstukken stelden op vlak van toenemend ruimtegebruik en verhardingsgraad, ruimtelijke versnippering, landschapsgebruik en recreatieve ontsluiting in de regio nabij het Zoniënwoud. 

Documenten 

Zie map ‘website_documenten_BKP_Bestanden’ in het gedeeld teamskanaal met communicatie.