Ruimtelijke structuurplannen (RUP) / beleidsplannen

In het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening wordt bepaald dat er op 3 niveaus ruimtelijke structuurplannen / beleidsplannen moeten worden opgemaakt: voor het gewest, voor de provincie en voor de gemeente.

Elk ruimtelijk structuurplan bestaat uit 3 delen, namelijk een bindend, richtinggevend en een informatief gedeelte. Het informatieve gedeelte bevat de bestaande ruimtelijke structuur, de problemen, de potenties, de trends en de prognoses. Dit gedeelte is opgemaakt op basis van sectorale en gebiedsgerichte deelstudies. De Gewenste Ruimtelijke Structuur is het indicatieve gedeelte en dus richtinggevend voor de overheid. Van dit toetsingskader kan de Vlaamse Regering alleen afwijken met een gemotiveerde beslissing. De bindende bepalingen leveren het kader voor de uitvoerende maatregelen waarmee men de gewenste ruimtelijke structuur wil realiseren.

Deze plannen doen uitspraken over het ruimtegebruik maar legt geen bodembestemmingen vast. Ze scheppen dus geen rechten of plichten voor de burger. Het bepaalt wèl de structurerende elementen, belicht ruimtelijke potenties en bepaalt richtlijnen en organisatieprincipes voor grond- en ruimtegebruik.

Van structuurplan naar beleidsplan

Het bestaande systeem van structuurplanning wordt geleidelijk vervangen door een systeem van beleidsplanning. Een ruimtelijk beleidsplan is opgebouwd uit een strategische visie en een set van beleidskaders. Het werkt zo door op lange termijn en biedt ook in de toekomst nog mogelijkheden om nieuwe beleidskaders op te maken of bestaande beleidskaders bij te sturen. Het systeem van beleidsplanning voorziet in een ruimtelijk beleidsplan op Vlaams, provinciaal en gemeentelijk niveau.

Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen

Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen is sinds 1997 een belangrijk fundament van het ruimtelijk beleid. Het is een visie die aangeeft hoe we in Vlaanderen best met onze ruimte omgaan. We moeten investeren in onze steden, zodat dit aangename plekken zijn om te wonen. Wat nog rest aan groen en open ruimte moeten we bewaren. Dat is de krachtlijn van het plan. De consequenties van deze visie worden in detail en op wetenschappelijk onderbouwde wijze uitgewerkt voor de stedelijke gebieden, het buitengebied, de economische gebieden en de ruimte voor infrastructuur.

Beleidsplan Ruimte Vlaanderen

De Vlaamse Regering heeft op 14 juli 2025 een conceptnota goedgekeurd voor het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. Deze nota bouwt verder op een strategische visie die de Vlaamse Regering in 2018 heeft goedgekeurd en geeft de richting aan voor een volwaardig en definitief beleidsplan. De conceptnota herbevestigt de keuze om tegen 2040 de inname van extra ruimte te doen dalen tot nul. 

De goedkeuring van de conceptnota is voor de Vlaamse Regering een doorstart van het proces. Het is de eerste stap in de formele procedure om tot een BRV te komen. De conceptnota is een uitnodiging tot dialoog over de krachtlijnen voor het BRV.

Provinciaal Beleidsplan Ruimte Vlaams-Brabant

Omdat onze bevolking steeds groeit én ouder wordt, moeten we zuinig en doordacht omspringen met de beschikbare ruimte. Bovendien hebben we die kostbare ruimte ook nodig voor voedsel, natuur, wateropvang en recreatie.

Daarom werkte de provincie in het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Vlaams-Brabant een nieuwe toekomstvisie voor de ruimte uit voor de komende 25 jaar. Het provinciaal beleidsplan ruimte Vlaams-Brabant is in werking getreden op 1 december 2023.

Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan Overijse

Het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan probeert op enkele pertinente vragen over de invulling van de ruimte in Overijse een antwoord te bieden. Het is geen plan in de enge zin van het woord, maar het is een beleidsdocument dat vertelt hoe we in de toekomst onze ruimte willen organiseren. Het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan is in werking getreden op 22 april 2008. Hier kan je de publicatie in het Belgisch Staatsblad bekijken.