De gemeente heeft nood aan een nieuwe sporthal en wil de omgeving van de Zuidflank verder uitbouwen als recreatieve site. Om dit mogelijk te maken zijn een aantal bestemmingswijzigingen nodig en is bijgevolg de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan vereist.
De bestaande sporthal dateert uit de jaren ’70. Het gebouw is verouderd, te klein en verkeert bouwfysisch in slechte toestand, waardoor renovatie niet meer zou volstaan. Door de geïsoleerde ligging zorgt de sporthal bovendien voor vrij veel verkeer in woonwijken en kleine landwegen, die hier eigenlijk niet geschikt voor zijn.
Om aan de noden op vlak van sport te kunnen beantwoorden is een nieuwe, ruime en goedgelegen sporthal nodig. Het programma van de nieuwe sporthal werd voorafgaand aan de opmaak van het RUP in nauwe samenwerking met lokale sportverenigingen en andere betrokkenen bepaald (zie https://www.overijse.be/sport-en-beweegsite).
De afweging van mogelijke locaties voor recreatie is gebeurd in het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan. Daar worden de Zuidflank en Hagaard als zones waar recreatie geclusterd dient te worden geselecteerd. Den Heurk/Zuidflank wordt daarbij aangeduid als site voor binnen- en buitensporten, de Hagaard als site voor voetbal. Het RUP moet de keuzes van het structuurplan volgen en vertrok dus vanuit deze selecties. Binnen de omgeving van de Zuidflank werd ook naar de meest optimale locatie voor een nieuwe sporthal gezocht.
In het locatie-onderzoek werden 5 mogelijke zones vergeleken en geëvalueerd. In de startnota lagen er nog drie mogelijke pistes op tafel. De locatie aan de Terhulpensesteenweg, naast woonzorgcentrum Mariëndal, bleek de beste van de mogelijke pistes. Dit werd ook door verschillende adviesinstanties bevestigd, onafhankelijk van de gemeente.
Door een sporthal in te planten aan de steenweg, blijven we in een zone die vandaag al een bebouwd karakter heeft. Door onder de sporthal een parking te voorzien, blijft het totaal van nieuwe bebouwing en verharding beperkt, wat resulteert in zuinig ruimtegebruik. De sporthal zal het ‘binnenkomen’ in Overijse langs de steenweg een gezicht geven en bijdragen aan de identiteit van de gemeente.
De sporthal zal qua schaal vergelijkbaar zijn met het woonzorgcentrum, wat ook een groot gebouw is dt goed is ingepast is in zijn omgeving. In de onmiddellijke omgeving staan ook nog andere grootschaligere gebouwen voor (zoals de school en appartementsgebouwen), wat in een centrum van een gemeente niet ongewoon is. Hierdoor zal het nieuwe gebouw niet meteen uit de toon vallen.
Door de sporthal grotendeels in de helling in te werken kan gezorgd worden voor een goede inpassing.
De gemeente heeft met de experten van het Agentschap Natuur en Bos (ANB), het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO), Natuurpunt Druivenstreek en het regionaal landschap Dijleland (RLD) bekeken hoe we met de aanwezigheid van het vliegend hert in deze omgeving moeten omgaan, en hoe de habitat kan versterkt worden.
Voor het vliegend hert is de aanwezigheid van enerzijds ondergronds ‘rottend’ hout (voor de larven), anderzijds van bosranden (voor de volwassen kever) van belang. Op het Van Lancker veld komt geen ondergronds hout voor, maar het ligt wel langs de bosrand. De inplanting van de sporthal aan de steenweg, laat toe om de bosrand die er al is vanuit het natuurbeheerplan uit te breiden in functie van de habitat van het vliegend hert. Op de huidige parking van het woonzorgcentrum, waar de nieuwe sporthal gebouwd zal worden, komt mogelijk wel enig ondergronds hout voor. Er moeten een aantal bomen gekapt worden, die uiteraard gecompenseerd worden. Bij het rooien van bomen of opslag zal een deskundige ter plaatse controleren of er larven aanwezig zijn, zodat deze nesten verplaatst kunnen worden.
Na de fase van de startnota werd een mobiliteitseffectenrapport (MOBER) opgemaakt. Gelinkt aan het ontwikkelen van de sportsite tot een hoogwaardige sportcluster kan verwacht worden dat het aantal verplaatsingen naar (en weg van) de site zal stijgen, maar dat dit vooral buiten de gebruikelijke spitsmomenten (behalve op woensdagavond) zal zijn. Uit het mobiliteitsonderzoek met tellingen blijkt dat de steenweg weinig congestie kent. In de ochtendspits zal hier geen verkeer bijkomen omwille van een sporthal (aangezien sportlessen doorgaans na de middag of 's avonds plaatsvinden). 's Avonds zal er dan wel iets meer verkeer naar hier komen, maar uit het rapport bleek dat deze toename beperkt en verspreid zou zijn. Het kwaliteitsniveau van de doorstroming blijft hierbij goed.
Als belangrijk aandachtspunt wordt in de MOBER de ontsluiting van de sporthal geduid. Dit betekent dat de inrichting van de steenweg hier aangepast moet worden, met het oog op een goede bereikbaarheid van de sporthal en veiligheid voor de zachte weggebruiker. In de MOBER wordt voorgesteld om een oversteekplaats voor voetgangers en fietsers met een middeneiland te voorzien.
Er wordt volop ingezet op goede fietsbereikbaarheid en -infrastructuur. Door de sporthal “onderaan” aan de steenweg in te planten is de bereikbaarheid per fiets binnen de Zuidflank optimaal. Een overdekte fietsenstalling wordt binnen het bouwvolume van de sporthal voorzien voor minstens 110 fietsen, naast 50 fietsenstallingen op de rest van de site.
Op vlak van mobiliteit is het grootste verschil met de huidige sporthal de ligging van de autoparking. Verkeer naar de sporthal zal niet meer doorheen de woonwijk of de Zuidflank moeten rijden. De parking zal rechtstreeks bereikbaar zijn vanaf de Terhulpensesteenweg. Wagens blijven daardoor aan de rand van de recreatiezone. De parking is bovendien ook goed bereikbaar vanuit het woonzorgcentrum. Omdat de parking in het gebouw en in de helling opgenomen wordt ligt ze nagenoeg op hetzelfde niveau van de steenweg. De parking is bestemd voor gebruikers van de sportsite, werknemers en bezoekers van het woonzorgcentrum en eventueel als overloopparking voor evenementen.
De nieuwe parking ligt op 500 meter van de atletiekpiste. Dit is te ver om jonge kinderen alleen door de site van de Zuidflank te laten wandelen. Het RUP geeft aan dat een kleine zoen-en-zoefparking voorzien wordt, die louter mag ingezet worden in functie van het brengen en halen van kinderen naar of van de atletiektrainingen. Buiten de tijdsvensters van deze trainingen wordt de parking afgesloten.
Er werd vanuit de buurt uitdrukkelijk gevraagd om er over te waken dat buiten recreatieve functies geen extra lawaaihinder veroorzaken. Hier werd rekening mee gehouden bij het opstellen van het programma van de site, en bij de uiteindelijke plannen.
Een sportterrein mag enkel verlicht worden wanneer het in gebruik is. De impact van de verlichting op de aanwezige natuurwaarden moet zo veel mogelijk worden beperkt. De richtlijnen van het Agentschap Natuur en Bos worden hiervoor gehanteerd.
Jazeker. Het is de bedoeling dat er ruimte komt voor een sportgebouw en een recreatieve buitenomgeving die uitnodigt tot sporten, bewegen en sociale ontmoeting. De huidige sporthal kan door zijn verouderde constellatie en plaatsgebrek enkel verhuurd worden aan scholen en sportverenigingen. Het is de bedoeling dat er zowel in het toekomstige sportgebouw als in de buitenomgeving ruimte komt voor de verschillende types van (toekomstige) gebruikers: naast scholen en sportverenigingen zijn dit ook andere (jeugd)verenigingen, buurtbewoners en andere inwoners, personal coaches en kine, jeugd, senioren, gezinnen, ...
Het is de bedoeling om dit project te realiseren zonder onteigeningen. In eerste instantie wordt dus bekeken hoe dit kan door te gronden te verwerven via een onderhandeling of minnelijke verwerving. Enkel indien dit niet lukt in overleg met de huidige eigenaars, kan er overgestapt worden naar onteigeningen. Samen met het RUP wordt ook een onteigeningsplan in de procedure opgenomen, om sneller te kunnen schakelen indien dit nodig zou zijn. De gemeente voert sinds 2025 onderhandelingen met de betrokken eigenaars omdat een minnelijke verwerving van de betrokken percelen het uitgangspunt blijft. We gaan er dan ook vanuit dat onteigenen niet nodig zal zijn.

